| Historisch |
| De Grimbergse Geschiedenis | ||
| Reeds tijdens de Romeinse bezetting, enkele decennia vóór onze tijdrekening, doorkruisten een aantal belangrijke wegen de omgeving van Grimbergen.
De oudste is de Schapenbaan, die van Mechelen naar Geraardsbergen loopt. Een tweede oude weg is deze van Asse, een belangrijke Romeinse nederzetting, naar Mechelen. En tenslotte bestond ook de verbinding van Leuven met Dendermonde over Vilvoorde. Bij de kruising van deze belangrijke weg met de Zennerivier, ontstond in de 8ste-9de eeuw een burcht. De plaatsnaam "Borgt" en een 15-meter hoge motte, vormen daar nu nog de overblijfselen van. Vanop deze "Borgt" hadden de plaatselijke heren waarschijnlijk reeds de Berthoutsfamilie, de strategisch belangrijke Zenne-overgang onder controle en legden zij de basis van hun macht en grondbezit. Het land van Grimbergen. Zo werd het uitgestrekte domein genoemd dat de Berthouts door allerlei feodale leenbanden wisten te verwerven. Hoe ze daarin geslaagd zijn kon nog niet worden achterhaald. Men kan enkel vaststellen dat het reeds bestond in het begin van de 12de eeuw. Dit domein strekte zich uit van Grimbergen tot aan de Schelde, de Rupel en de Dender. De invloed van de Grimbergse heren reikte tot in Ninove en Mechelen. Vormde het "Land van Grimbergen" wel een territoriaal geheel, van een gestructureerde eenheid was evenwel geen sprake. Met de bedoeling hun moreel gezag nog te versterken, stichtten zij omstreeks 1128 op de Grimberg een Norbertijnerabdij. De Brabantse hertogen konden de machtsuitbreiding van de Grimbergse heren maar moeilijk aanvaarden. Een confrontatie tussen beiden kon dan ook niet uitblijven. Die kwam er in 1142, tijdens de Slag van Ransbeek. De Grimbergse Oorlog was begonnen. Schermutselingen en roofpartijen volgden mekaar op. In 1159 slaagde hertog Godfried II erin de Borgt te veroveren en met de grond gelijk te maken. Meteen ook het einde van de grote macht van de Berthouts. Hun bezittingen werden verdeeld tussen de twee familietakken. Grimbergen zelf bleef echter gemeenschappelijk bezit en zou vanaf nu twee dorpsheren kennen. Door huwelijken en erfenissen duiken later andere namen op in de geschiedenis. Zo kwamen de goederen en rechten van de oudste familietak in het bezit van de heren van Vianden en het geslacht van Nassau. Deze van de jongste tak vielen o.a. de heren van Bergen of Berghes ten deel. In 1686 werd dit gedeelte tot prinsdom verheven, ten voordele van Filips-Frans van Bergen. Deze bewoner van het "Prinsenkasteel" stond in hoog aanzien bij het Spaanse hof. Koning Filips V benoemde hem tot gouverneur van Bergen-op-Zoom en hoogbaljuw van Henegouwen. Op het einde van de 17de eeuw werd hij gouverneur van Brussel. Het deel van Grimbergen dat aan Oranje-Nassau toebehoorde werd, na konfiscatie, in 1602 teruggeschonken aan Filips-Willem, oudste zoon van Willem van Oranje. |
||
| In 1757 kwam het in bezit van de familie de Merode, die door huwelijk ook reeds eigenaar was van dat andere deel van Grimbergen.
Het dorp vormde opnieuw een echte eenheid. Maar het einde van het "Ancien Régime" was reeds in zicht. In 1794 maakten de Fransen een einde aan onze feodale maatschappij en de macht van de heren. In 1796 werd de grimbergse abdij opgeheven en pas 37 jaar later zou ze heropgericht worden. Grimbergen en omgeving was tot in de tweede helft van de 19de eeuw voornamelijk een landbouwgebied. Daarin zou nu verandering komen. Omstreeks 1830 werd de provincieweg van Vilvoorde naar Aalst aangelegd. Nieuwe industriële bedrijven vestigden zich langsheen het kanaal Brussel-Willebroek. In 1887 kwam de tramlijn naar Brussel tot stand. Tussen de twee wereldoorlogen had de eerste stedebouwkundige uitbreiding plaats en werd ook een vliegveld aangelegd. Na 1958, toen meer en meer mensen Brussel ontvluchtten, groeide Grimbergen uit tot een residentiële gemeente. Bij de fusie in 1977 werd Grimbergen met de verstedelijkte gemeente Strombeek-Bever en de semi-landelijke dorpen Beigem en Humbeek samengevoegd. De totale oppervlakte beslaat bijna 4.000 ha en er wonen ongeveer 33.000 mensen. |
||
| De geschiedenis van Beigem | ||
| De vroegere O.-L.- Vrouwkerk brandde in 1914 af en werd in 1924-25 in natuursteen wederopgebouwd tot een driebeukig bedehuis met transept, koor en oude westertoren, die bewaard bleef. Kasteel "Ten Berg" is een landhuis met 19de-eeuws uitzicht. Het is omringd door een park waarin enkele zeer oude bomen staan. In de Molenstraat bevindt zich een hoeve, onderdeel van het naburig kasteel. In Beigem liggen enkele ruime hoeven en boerenhuizen verspreid, waaronder de hoeve "Ten Doorn", de voormalige Bentinckhoeve.
Enkele belangrijke data in de Beigemse geschiedenis : rond 650: Frankische landname in Beigem en Grimbergen. 1138: Onulfus van Beigem verschijnt in de oorkonden. 1155: De naam Beingem duikt voor de eerste maal op. voor 1592: Beigem grotendeels verwoest en kerk afgebrand. 1653: Kerk van Beigem herbouwd. 1795: Fusies van de gemeenten : Humbeek komt onder Londerzeel. Strombeek, Beigem, Bever en Borcht komen onder Grimbergen. Ze hebben wel nog hun eigen burgemeesters. 1914: Kerk van Humbeek door de Duitsers in brand gestoken. 1977: Samenvoeging van Grimbergen met Strombeek-Bever, Beigem en Humbeek. |
||
| De geschiedenis van Humbeek | ||
| Humbeek is drie kastelen rijk: het kasteel Ter Eiken in de Voorstraat, het classicistische kasteel Ter Wilder in de Kruisstraat en het Lundenkasteel in het Gravenbos. Dit bos, vooral beukenbos, is voor een groot deel vrij toegankelijk. De oudste delen van het kasteel, dat niet toegankelijk is voor het publiek, dateren uit het begin van de 17de eeuw. Het onderging heel wat aanpassingen in de loop van de 18de en de 19de eeuw. Naast de kastelen, trekt ook de neogotische St.-Rumolduskerk de aandacht. Van het vroeger gotische bedehuis zijn enkel het koor en de kruisbeuk bewaard.
Enkele belangrijke data in de Humbeekse geschiedenis : 992: De Sint-Romboutsabdij van Mechelen verwerft het domein Humbeek van bisschop Notger van Luik. 1150: Humbeca wordt voor het eerst vermeld. 1260: Kapittel van Mechelen staat zijn bezittingen te Humbeek als leengoed af aan de Berthouts van Mechelen. 1268: Gillis Berthout uit Mechelen noemt zich reeds ‘heer van Honebeke’. 1280: Wouter Berthout uit Mechelen noemt zich heer van Humbeek. 1313: Daniël van Boechout wordt heer van Humbeek. 1465: De familie van der Mark, verwant met de Arenbergs, komt in het bezit van Humbeek. 1644: Heerlijkheid Humbeek verkocht aan Boudewijn le Cocq uit Normandië. 1694: Humbeek verheven tot Graafschap. 1795: Fusies van de gemeenten : Humbeek komt onder Londerzeel. Strombeek, Beigem, Bever en Borcht komen onder Grimbergen. Ze hebben wel nog hun eigen burgemeesters. 1804: Familie le Candele komt in het bezit van het kasteel van Humbeek. 1830: De bezittingen van het kasteel van Humbeek komen aan de familie Lunden. 1914: Kerk van Humbeek door de Duitsers in brand gestoken. 1977: Samenvoeging van Grimbergen met Strombeek-Bever, Beigem en Humbeek. |
||
| De geschiedenis van Strombeek-Bever | ||
| Wat oude gebouwen betreft, staat in Strombeek-Bever de neogotische St.-Amanduskerk uit 1870. Het is een driebeukig bakstenen gebouw met koor, kruisboog en ingebouwde westertoren. Aan het St.-Amandsplein ligt de St-Amandsborre, met de St.-Amandskapel, op de plaats van een aloude geneeskachtige bron. In Strombeek-Bever is ook het Domein Van der Noot terug te vinden. Het Kasteel van Bever is een verzorgd landhuis uit 1846. Het staat in een boomrijk park met vijver. Verder kunnen er in Strombeek-Bever nog heel wat andere gebouwen bewonderd worden: het Hof te Bever, de "Drijpikkel" en de "Sprietmolen". Het Hof te Bever is een gesloten hoeve met een losstaand bakhuis uit de eerste helft van de 18de eeuw. "Drijpikkel" is een voormalige brouwerij. Nu doet het gebouw dienst als herberg. De "Sprietmolen" tenslotte, is een graanwatermolen uit 1742. In 1897 werd de molen gerestaureerd.
Enkele belangrijke data in de geschiedenis van Strombeek-Bever : 1130: Het geslacht van Strombeke verschijnt in de oorkonden. 1132: De naam Strumberges wordt voor het eerst genoemd. 1133: Beverna komt aan de abdij van Groot-Bijgaarden en wordt voor de eerste maal vermeld. 1579: Kerk van Strombeek verwoest door de Geuzen. 1795: Fusies van de gemeenten : Humbeek komt onder Londerzeel. Strombeek, Beigem, Bever en Borcht komen onder Grimbergen. Ze hebben wel nog hun eigen burgemeesters. 1810: Strombeek en Bever worden samengevoegd. 1890: Bever wordt gedeeltelijk van Strombeek afgesneden door de aanleg van de Koninklijke Laan. 1971: Burgemeester Soens weigert de eedaflegging in het Frans van enkele Strombeekse gemeenteraadsleden. 1977: Samenvoeging van Grimbergen met Strombeek-Bever, Beigem en Humbeek. |
||